Twee jaar celstraf geëist tegen 25-jarige Maaslander na reeks brandstichtingen in 2018

Je eigen dorp steek je niet in de fik, dachten Maaslanders nog toen in de zomer van 2018 meerdere brandjes woedden. Ook de 25-jarige dorpsgenoot die werd aangehouden zei dat: ‘Ik ben toch geen mongool!’ Toch stond hij vandaag voor de rechter voor zeven levensgevaarlijke nachtelijke brandstichtingen.

Op 16 juni 2018 werd een schip in brand gestoken, vijf dagen later een bankje en een schutting naast een brasserie. Op 26 juni werden een sloep en een autoband in brand gezet. Op 30 juni wist een echtpaar ternauwernood te ontsnappen toen hun boot, waarin ze lagen te slapen, plots in de fik stond. Ook de deur van een schuurtje naast een scoutinggebouw werd in brand gestoken. En tot slot nog een sloep op 1 juli.

Bij die laatste brand werd de verdachte gezien door een agent. Die vond dat hij zich op verdachte wijze uit de voeten maakte toen zij eraan kwam. Ze is hem even gevolgd, maar merkte kort erna dat de sloep in brand stond op de plek waar ze hem kort ervoor in zijn tas had zien rommelen.

Verdachte gezien
Verdachte kon vervolgens met de andere branden in verband worden gebracht. In het geval van de brassersie is letterlijk op camerabeelden te zien hoe hij naar de plek loopt (en daarna wegrent) waar vervolgens brand ontstaat. Bij andere branden is hij gezien door getuigen, hij stond op een afstandje te kijken. Van één brand heeft hij een filmpje op zijn telefoon staan.

Ook de manier van brandstichten is steeds hetzelfde. Midden in de nacht, in en rond Maasland, vaak met aanmaakblokjes. Uit telefoongegevens blijkt dat verdachte ook steeds op pad is die nachten, terwijl hij daarvoor geen logische verklaring heeft. Alles bij elkaar kan het volgens de officier van justitie niet anders dan dat hij alle zeven de branden heeft gesticht.

Geen medewerking
De verdachte zelf komt slechts met heel algemene of vage verklaringen, of zwijgt in het geheel. ‘Dat mag, maar kan tegen je worden gebruikt als het bewijs zo groot is dat het schreeuwt om een verklaring,’ aldus de officier van justitie.

Al sinds zijn aanhouding werd door de familie van verdachte aangegeven dat er ‘iets aan de hand is’ met hem. ‘Vanaf het allereerste moment hebben de politie en het Openbaar Ministerie dan ook geprobeerd verdachte te helpen,’ geeft de officier van justitie aan. ‘Echt hij werkt op advies van zijn raadsman nergens aan mee; ook niet aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek. Op deze manier is hij niet te onderzoeken. Daarom weten we niet wat in hem omgaat.’

Volgens het Openbaar Ministerie past er dan maar één reactie en dat is een gevangenisstraf. De officier van justitie vroeg de rechtbank om een straf op te leggen voor de duur van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar. Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.